‘De titel is iets voor het hele land’

11 juli 2010 door Thijs Langeveld

Tijdens alle voetbalgekte toch nog een beetje tafeltennis. Zie het vetgedrukte stuk onderaan dit Volkskrant-artikel

Bron: volkskrant.nl

Door Charles Bromet op 11 juli '10, 13:04, bijgewerkt 11 juli '10, 08:50
Robin van Persie probeert, ingesloten door de Brazilianen Juan en Lucio, de bal te koppen (Guus Dubbelman / de Volkskrant)

 

Om aan te geven dat hij al geloofde in een finaleplaats voor Oranje vanaf het moment dat hij zich begin mei in Hoenderloo meldde voor de voorbereiding op het WK, komt Robin van Persie met een opvallend voorbeeld. De spits (26) had voldoende onderbroeken meegenomen.

 

‘Het zou toch zonde zijn geweest als ik hier in Johannesburg nog een onderbroek had moeten kopen voor de finale.’ Nadat hij deze bekentenis lachend heeft gedaan, kijkt hij nog eens omhoog. ‘Je moet overal op voorbereid zijn hè.’

Om die denkwijze te onderstrepen, volgt een tweede voorbeeld. ‘Ik heb vanaf het moment dat we verzamelden in Hoenderloo tot nu een stuk of 25 paar kicksen versleten. Als ik met een bepaald soort kicksen heb gescoord, wil ik daar de volgende keer ook mee spelen.’

Dan, met zelfspot. ‘Maar het is alweer een tijdje geleden dat ik voor het laatst scoorde, dus die kicksen van de wedstrijd tegen Kameroen liggen ergens in een hoek. En nee, voor de finale van zondag tegen Spanje heb ik geen speciaal paar bij me in een gouden kistje.’

Monter

Goed, dat weten we dan ook weer. In een opvallend montere bui schakelt Van Persie moeiteloos terug op wat is geweest en kijkt hij vooruit naar wat nog gaat komen. Het WK in Zuid-Afrika had zijn toernooi moeten worden. In het eerder gememoreerde trainingskamp in Hoenderloo had hij zich daarover vol zelfvertrouwen uitgesproken.

Hij was zelfs even op de stoel van de bondscoach gaan zitten, toen hij zijn voorkeur uitsprak voor een opstelling met daarin ruimte voor een aanvallend kwartet met Robben, Sneijder en Van der Vaart. Maar bondscoach Bert van Marwijk hield vast aan Kuijt.

Robben onderscheidde zich met zijn dribbels en doelpunten. Sneijder was zowel aangever als afmaker. En Van Persie? Die stelde toch ietwat teleur. Hij had als aanvalsleider willen gloriëren. Maar eenmaal gearriveerd op Afrikaanse bodem, werd hij verlaten door de grote vorm die hij in de voorbereiding had geëtaleerd.

Hoewel er iets van vooruitgang in zijn spel was te zien in de halve finale tegen Uruguay, zijn er na zes WK-wedstrijden weinig momenten geweest die beklijven. Of het moet zijn misbaar zijn geweest na zijn wissel in de achtste finales tegen Slowakije. Daarover wil hij niet meer spreken.

‘Want ik heb toen niet gezegd wat een liplezer beweerde. Het heeft ook geen zin om nu vlak voor de finale een analyse te maken van mijn spel. Ik denk dat het eerlijk is om die finale eerst af te wachten. Het gaat ook niet om mijn functioneren, maar om het functioneren van het team.’

Andere indruk

En was het niet zo dat Fernando Torres, een andere met zichzelf worstelende spits, tijdens het EK van 2008 in de finale alsnog een andere indruk van zichzelf achterliet? ‘Torres maakte twee jaar geleden in de finale het winnende doelpunt. Dat was pas zijn tweede van het toernooi. Maar door dat doelpunt werd er heel anders tegen zijn EK aangekeken dan ervoor.’

Wat hij maar wil zeggen: oordeel niet te snel over de artiest die nog één optreden gepland heeft staan tijdens deze tournee. Hij is er de speler niet naar om het duel in Soccer City al talloze malen op zijn netvlies voorbij te laten trekken. Nee, geen dagdromen voor deze jongen. Van Persie leeft in de realiteit, en die is al mooi genoeg.

‘Ik vind het wel leuk te horen dat allemaal Nederlanders het nu al fantastisch vinden. Maar zo kijken wij er zelf niet naar. Voor ons is het nog niet fantastisch. Wij moeten nog een keer alle afspraken nakomen en een wedstrijd winnen.’

Hij weet waarover hij het heeft, want het spelen van finales is bekend terrein voor Van Persie. ‘Ik heb de FA Cupfinale gespeeld met Arsenal, en de UEFA Cupfinale en de KNVB bekerfinale met Feyenoord. Dat is de enige finale die ik verloor. Tijdens de Champions Leaguefinale met Arsenal tegen Barcelona in 2006 zat ik op de bank.

Spanning

‘Qua voorbereiding wijk ik in niets af van wat ik normaal gesproken doe. Natuurlijk is er een ander soort spanning. Het verschil tussen wereldkampioen worden of als tweede eindigen kan verschrikkelijk dicht bij elkaar liggen. Dat is soms wel irritant.

‘Het hangt er ook vanaf of iemand vroeg in de wedstrijd een rode kaart krijgt. Destijds tegen Barcelona kreeg onze doelman Lehmann al binnen het half uur rood. Dat is toch een domper voor je ploeg en dat moet je maar zien te overleven. Kleine dingetjes kunnen heel bepalend zijn.

‘En tweede worden, is gewoon heel erg pijnlijk. Als je zo ver bent gekomen en je ziet die andere gasten juichen en blij doen, doet dat gewoon pijn. Ik heb daarover nog met mijn oud-ploeggenoot Patrick Vieira gesproken, die hier tijdens het WK aanwezig was.

‘Hij zei: in de groepsfase hoef je niet goed te spelen. Datzelfde geldt voor de achtste finales. Pas later in het toernooi moet je echt wakker zijn en goed gaan spelen. Volgens mij is dat wel een beetje uitgekomen. En nu komt het nog op één wedstrijd aan. Dat is ook het mooie. We hoeven niet vier dagen later nog een keer te vlammen. Het is nu. Eén keer volle bak, alles uit de kast.’

En dan is Nederland misschien wel wereldkampioen. Hoewel het voor velen een onwerkelijke gedachte is, heeft Van Persie daar zijn eigen kijk op. ‘Iedereen wordt straks wereldkampioen. Wij, jullie van de pers, de bakker op de hoek. Heel Nederland kan straks zeggen dat we wereldkampioen zijn.

‘Het is echt iets van het hele land. Daarom ben ik ook zo trots dat ik hier deel van uitmaak, want ik houd ervan iedereen blij te maken. Dat vind ik mooi. Iedereen is nu al zo blij. Moet je nagaan hoe het zal zijn als Nederlanders zich de rest van hun leven wereldkampioen kunnen noemen.’

Genieten

Kom bij Van Persie daarom niet aan met aanmerkingen op het bepaald niet verheffende spel van Oranje tot nu toe, want dan stelt hij graag een wedervraag. Wil je de finale straks verliezen na een prachtige wedstrijd? Of win je liever, terwijl er niet zoveel te genieten was?

Hij spitst de oren en is tevreden om te horen dat die wereldtitel toch wel erg gewenst is.

‘Zo’n toernooi is overleven’, legt hij uit. ‘Dat geldt ook voor die halve finale tegen Uruguay. Als je ziet hoe wij dat doen, dan is dat heel erg knap. We hebben elke wedstrijd, op het eerste duel tegen Denemarken na, met één doelpunt verschil gewonnen. Dat zegt ook wat, namelijk dat we iets kunnen vasthouden. Als iets van ons is, dan blijft het ook van ons. Dat is echt een kwaliteit.’

Toch hadden we dit WK graag de Van Persie gezien, naar wie we al jaren zo graag kijken. De voetballer met de formidabele techniek, de machtige passeerbewegingen en het natuurlijke spelinzicht.

Als spits leek hij ook een tijdje prima te renderen in Oranje. Maar misschien ontbreekt het hem domweg aan explosiviteit, een essentiële kwaliteit voor een aanvaller die je bijvoorbeeld wél terug ziet bij spitsen als de Spanjaard David Villa en Luis Fabiano van Brazilië.

‘Tegen Uruguay was ik erg tevreden’, zegt Van Persie. ‘Ik had het goed naar mijn zin en ik voelde me lekker toen Van der Vaart erin kwam, omdat hij mij steeds zocht. Het was alsof hij riep: waar ben je nou? En dan mocht ik iets gaan doen. Dan zie je dat er dingen ontstaan.

‘Ik heb voor mijn gevoel alles gedaan om in die wedstrijd een doelpunt te maken. Soms krijg je de bal terug en soms niet.’

Tafeltennis

Hij maakt een vergelijking met tafeltennis, de sport die hij graag beoefent als hij wat uurtjes vrij heeft. ‘Geluk dwing je af als je met lef speelt. Anders win je ook niet zes, zeven wedstrijden. Vaak zie je dat ook met tafeltennis. Als je speelt met veel topspin, gedurfd dus, zul je worden beloond. Als je met backspin speelt, springt het balletje altijd terug als die tegen het netje gaat.

‘Met topspin gaat hij er altijd overheen. Heel veel mensen zeggen dan altijd tegen mij: dat is geluk. Maar dat is niet zo. Dat dwing ik af door mijn manier van spelen met risico.’

Hij is er om mensen te inspireren, zegt hij zonder enige vorm van arrogantie. De persoon die hem wist te inspireren, zou volgens Van Persie zondag de wereldbeker moeten uitreiken aan de winnende ploeg.

‘Ik hoop echt dat Nelson Mandela er zondag bij is. Dat zou de finale nog meer cachet geven in mijn ogen. Ik weet wel dat hij een broze gezondheid heeft, en dat hij zijn achterkleinkind heeft verloren na een concert rond de openingsceremonie, maar hij heeft dit WK hier mogelijk gemaakt, vooral door zijn manier van handelen.

‘In mijn ogen is hij een grootheid. Hij is er een meester in dicht bij zichzelf te blijven, ondanks de woede die hij toch moet hebben gevoeld over alles wat hij heeft moeten doorstaan.’

 

Reacties

1/1
12 mei 19:58 Simon

Een alleraardigste gedachte. Er lijkt zowaar nagedacht te zijn door een voetballer.

 

Nieuwe reactie

Beware, with great power comes great responsibility

Naam
Email
Url
Controle
55ce7ddb33122c3d6d420e36eb1344c1ab697d05

type the text from the image

Bericht
 
Nieuws overzicht