Ranglijsten
Toelichting
Senioren
De seniorenranglijsten in Nederland worden samengesteld met behulp van het zogenaamde Joola-systeem. Dit rond 1990 in Duitsland ontwikkelde systeem wordt sinds 1993 in Nederland gebruikt. Voor de Nederlandse ranglijst worden de volgende wedstrijden opgenomen:
-
Alle wedstrijden uit de landelijke seniorencompetitie
-
De Nederlandse kampioenschappen voor A-, B- en C-senioren
-
De Masters
-
Het nationale bekertoernooi
-
De nationale B- en C-meerkampen voor senioren
In het Joola-systeem worden alle wedstrijden in deze evenementen individueel meegeteld. In de competitie zijn dat er dus drie per wedstrijd (eredivisie 2). In een achtkamp zijn dat er 7. Elke speler die in de ranglijst is opgenomen heeft een bepaald aantal punten. Bij een winstpartij krijg je er punten bij, bij verlies gaan er punten af. Hoeveel punten dat zijn hangt af van het verschil in punten tussen de twee spelers. Als je van een speler die boven je staat wint krijg je meer punten er bij dan als die speler onder je staat. En omgekeerd: verliezen van een sterke speler kost relatief weinig punten, verliezen van een zwakke speler veel meer. Sommige resultaten tellen zwaarder mee dan andere. De play-offs in de eredivisie tellen zwaarder dan de wedstrijden in de voorronde. De NK-A telt zwaarder dan de eredivisie.
Elke ranglijst wordt samengesteld met de resultaten van de afgelopen 12 maanden. De huidige ranglijst van 1 januari 2006 bevat dus alle resultaten uit het kalenderjaar 2005 van de evenementen die meetellen. De vorige editie (1 juli 2005) had alle resultaten van 1 juli 2004 t/m 1 juli 2005. Dat betekent dat er dus op een nieuwe ranglijst niet alleen nieuwe resultaten bij komen, maar ook oude resultaten vervallen. De resultaten die vervallen hebben bijna evenveel invloed op het puntentotaal als de resultaten die er bij komen. Als de resultaten die wegvallen slechter zijn dan de nieuwe resultaten, dan stijgt het puntentotaal, als er slechte resultaten voor goede in de plaats komen daalt het.
Een enkele keer gebeurt het daardoor zelfs dat iemand die niet speelt toch omhoog gaat. Lang kun je dat overigens niet volhouden: wie minder dan 15 resultaten heeft gaat van de lijst af. Omgekeerd kom je ook pas op de ranglijst te staan als je minimaal 15 resultaten hebt gehaald tegen spelers die ook op de ranglijst staan.
Omdat in dit systeem het aantal te winnen of te verliezen punten in elke wedstrijd weer anders is, is het Joola-systeem niet zo makkelijk te begrijpen. Er zijn eenvoudiger systemen, bijvoorbeeld het systeem dat voor de jeugdranglijsten wordt gebruikt. Een belangrijke reden om toch een systeem als het Joola-systeem te gebruiken is het spelsysteem in de eredivisie. Omdat in de eredivisie niet iedereen tegen iedereen speelt kun je niet met winstpercentages als maatstaf werken. Het maakt nogal wat uit of je tegen de nummer 1 (de sterkste speler) en 2 van een team speelt of tegen de nummers 2 en 3. Als je tegen alle nummers 1 speelt kun je een lager percentage hebben, terwijl je wel een betere speler bent. Door naar alle wedstrijden apart te kijken en het verschil in sterkte mee te wegen komt er een veel beter beeld.
Hetzelfde geldt voor toernooien. Niet alleen is er een groot verschil in niveau tussen bijvoorbeeld de NK-A en de NK-B, ook maakt het uit tegen wie je in die toernooien speelt. Speel je in de eerste ronde van de NK-A tegen Trinko Keen (dat is voor de meesten een vorm van pech met de loting), dan zul je normaal gesproken verliezen, maar ook weinig punten verliezen. Maar win je die wedstrijd en verlies je in de volgende ronde, dan is dat een betere prestatie dan wanneer je in de eerste ronde van nummer 20 wint en daarna verliest. In het Joola-systeem krijg je dan ook meer punten.
Een nadeel van het Joola-systeem is dat je alle individuele resultaten apart moet invoeren. Dat is bijzonder veel werk, ook in het digitale tijdperk. De ITTF slaagt er momenteel in om de een uitgebreide wereldranglijst bij te houden en daar ook veel digitale informatie te bieden. Maar de ITTF heeft daarvoor in Canada meerdere mensen fulltime in dienst. Dat is voor de NTTB en ook voor veel andere tafeltennisbonden niet haalbaar. Ook voor echte tafeltennislanden als Hongarije en Tsjechië niet. Uitzonderingen zijn Duitsland (alleen senioren, jeugdranglijsten zijn daar aanmerkelijk minder van kwaliteit) en in mindere mate Frankrijk, maar dat zijn bonden die onvergelijkbaar veel groter zijn. Zweden kent ook een uitgebreid systeem, maar dat wordt door particulieren gemaakt en onderhouden. Daarom is de Nederlandse ranglijst beperkt tot de landelijke competitie en de hierboven genoemde toernooien. Maar dat is geen reden om niet aan verbetering te werken. Wanneer het nieuwe administratiesysteem van de NTTB in zijn geheel zal werken (dus ledenadministratie én competitie én licenties) wordt het mogelijk om dat werk te verlichten door bijvoorbeeld de invoer van competitieresultaten te koppelen aan de ranglijst.
Of dat ook werkt blijft overigens afhankelijk van de discipline bij de verenigingen. Wanneer een uitslag niet wordt doorgegeven kun je niet verder. Omdat ook het moment waarop je tegen iemand speelt belangrijk is (in februari kan je tegenstander een ander aantal punten hebben dan in april), moeten de uitslagen op volgorde van tijd worden ingevoerd. Dus één ontbrekende uitslag blokkeert alles. En hoewel steeds minder verenigingen hun uitslagen niet of te laat insturen zijn er nog steeds verenigingen waar dat regelmatig mis gaat. Zelfs in de eredivisie komt dat voor.
Via de huidige telefonische/elektronische uitslagendiensten wel de uitslagen van wedstrijden geregistreerd en het aantal gewonnen en verloren wedstrijden per speler, maar niet wie van wie heeft gewonnen. We zijn dus nu nog afhankelijk van de wedstrijdformulieren. Dit is de voornaamste reden dat de seniorenranglijst op dit moment maar 2 keer per jaar wordt gepubliceerd. Een hogere frequentie (eens per maand) is technisch mogelijk, maar lukt niet doordat er altijd wel uitslagen ontbreken.
Resultaten van NTTB-leden die in buitenlandse competities spelen kun je in het systemen als het Joola-systeem alleen meenemen als je ook de resultaten van alle andere spelers uit die competities registreert. Dat betekent nog eens zeer veel extra werk, het gaat al snel om vele honderden wedstrijden. En dat is ook in het nieuwe administratiesysteem niet mogelijk, omdat veel van die resultaten onbekend blijven. De benodigde informatie uit Duitsland is vaak nog wel te vinden, maar in België wordt maar beperkt bijgehouden wie van wie wint. Bij andere landen is het nog minder.
Het gevolg is dat spelers die in buitenlandse competities spelen veel minder resultaten hebben. En hoe minder resultaten, hoe minder betrouwbaar het puntentotaal, omdat één uitschieter naar boven of naar beneden dan veel te zwaar meetelt. Dat geldt vooral voor A-spelers, hoewel de situatie door de terugkeer van de Masters en de beker wel is verbeterd. B- en C-spelers hebben hier minder last van. Bij de NK-B of -C kun je al 4 tot 8 wedstrijden spelen, in de B- en C-meerkampen meestal 6 of 7 per ronde. Het minimum van 15 is voor deze groep niet zo moeilijk te halen.
Wie voldoende resultaten heeft, staat meestal redelijk op zijn of haar plaats. Alleen spelers die alles winnen of alles verliezen staan zelden op de goede plaats. Je weet dat ze sterker of zwakker zijn dan al hun tegenstanders, maar niet hoeveel sterker of zwakker.
Igor Heller
